Voor kinderen van langdurig werklozen en bruggepensioneerden
| |
jonger dan 6 jaar |
van 6 tot 11 jaar |
van 12 tot 18 jaar |
ouder dan 18 jaar |
| Eerste kind |
€ 128,38 |
€ 157,94 |
€ 173,54 |
€ 185,8 |
| Tweede kind |
€ 184,26 |
€ 213,82 |
€ 229,42 |
€ 241,68 |
| Vanaf het derde kind |
€ 239,74 |
€ 269,3 |
€ 284,9 |
€ 297,16 |
| Vanaf het derde kind in een eenoudergezin (sinds 1 mei 2007) |
€ 256,68 |
€ 286,24 |
€ 301,84 |
€ 314,1 |
Als het recht op de sociale toeslag ontstaat is er meteen recht
voor de rest van het lopende trimester en het trimester daarna.
Voor de volgende trimesters zijn februari, mei, augustus en november
referentiemaanden. Wie in een referentiemaand recht heeft op de
toeslag, heeft recht op de toeslag voor het lopende trimester en
voor het volgende trimester.
Als de werkloze onmiddellijk na zijn werkloosheid opnieuw gaat
werken maar daarna binnen 6 maanden opnieuw werkloos of ziek wordt,
is er dadelijk opnieuw recht op de sociale toeslag, zonder wachttijd
van 6 maanden.
Een voorbeeld:
Vera is alleenstaande, 4 maanden werkloos en daarna 2 maanden ziek.
Op 15 juli bereikt zij met beide periodes samen 6 maanden. Haar
inkomen blijft onder het grensbedrag. Zij heeft recht op kinderbijslag
met een toeslag voor werklozen voor augustus, te betalen in september.
Augustus is de referentiemaand en Vera behoudt dit recht tot en
met de maand december, te betalen in januari. De volgende referentiemaand
is november. Stel dat Vera van 5 september tot 10 december werkt
en dan opnieuw werkloos of ziek wordt, dan heeft zij vanaf januari
opnieuw recht op kinderbijslag met de sociale toeslag, tot en met
maart.
Alle bedragen zijn van toepassing sinds
1 september 2010.
Bereken zelf uw kinderbijslag.